Willem is de naam
Veel vrije tijd en mooie hobby’s: wat is er mooier in het leven dan dat? Deze keer wil ik het eens hebben over fotografie. Ik heb de pensioengerechtigde leeftijd al jaren geleden bereikt en ik ben al heel lang een groot fan van fotograferen.
Ik heb het ‘zwarte boxje’ nog gekend en er veel mee gefotografeerd. Dat was een box van ongeveer 10 x 10 x 12 cm met een schuifje om de lens te openen en een draaimechanisme om het filmrolletje door te spoelen. Als het rolletje vol was, had je ongeveer 12 foto’s gemaakt. Je had destijds geen enkel idee of ze gelukt waren; dat bleef een verrassing tot de afdrukjes klaar waren.
Sinds die tijd is de ontwikkeling van het fototoestel razendsnel gegaan. Het is een technische revolutie die ik van heel dichtbij heb mogen meemaken.”
De Jaren ’50 (Het Box-tijdperk): Zoals u zich herinnert, de tijd van de eenvoudige bakelieten boxcamera’s (zoals de Brownie). Fotografie was nog echt voor bijzondere momenten.
De Jaren ’60 & ’70 (De Spiegelreflex): Camera’s werden geavanceerder. Merken als Nikon en Canon werden groot. Men kon voor het eerst door de lens kijken wat men fotografeerde en de filmrolletjes (35mm) kregen 24 of 36 opnames.
De Jaren ’80 & ’90 (Compact & Autofocus): De opkomst van de “point-and-shoot” camera’s. Het toestel deed nu zelf de scherpstelling en de belichting. Ook de digitale camera begon aan het eind van deze periode als een duur luxeproduct.
2000 – 2010 (De Digitale Revolutie): De filmrol verdween razendsnel. SD-kaarten namen het over. De spiegelreflexcamera werd digitaal (DSLR).
2010 – 2025 (Smartphone & Systeemcamera): De smartphone is nu de meest gebruikte camera ter wereld. Professionele fotografen zijn overgestapt op “systeemcamera’s” (mirrorless), die kleiner en veel krachtiger zijn dan de oude spiegelreflexen.
Conclusie: De tastbare ziel van de foto
Als we terugkijken op de enorme sprong van het houten boxje uit de jaren ’50 naar de smartphone van nu, valt één ding op: we maken meer foto’s dan ooit, maar we bezitten er misschien wel minder.
Een digitaal bestand op een telefoon is vluchtig. Het staat tussen duizenden andere kiekjes, opgeslagen in een ‘cloud’ of op een harde schijf, waar het vaak onopgemerkt blijft. Hoe anders is dat met de foto’s uit onze jeugd. Die ene zwart-wit opname, met zijn kartelrandje en de geur van oud papier, heeft een ziel. Je kunt hem uit een album pakken, doorgeven aan een kleinkind en de textuur voelen.
De waarde van die oude, fysieke foto’s zit hem in hun schaarste. Omdat we vroeger maar twaalf kansen hadden op een rolletje, dachten we na voordat we afdrukten. Elke foto was een bewuste keuze, een kostbaar moment dat het waard was om chemisch te vereeuwigen.
Misschien is dat wel de belangrijkste les die de oude boxcamera ons leert in dit digitale tijdperk: een foto is pas echt een herinnering als je hem kunt aanraken, kunt inlijsten of in een schoenendoos kunt bewaren voor de generaties na ons. Want een bestand kan gewist worden, maar een afdruk vertelt een verhaal dat generaties overleeft.